Fluweelwever

Fluweelwever

Naam

Ploceus Nigerrimus

Uiterlijke kenmerken

De fluweelwever is ca. 14 cm groot en heeft felgele ogen. De veren, de poten en de snavel zijn gitzwart. De buik en rug zijn kastanjebruin. De pop is matbruin met een lcihte tekening op de vleugels. Ook deze heeft gele ogen, maar minder fel gekleurd.

Geografische verspreiding

De fluweelwever komt voornamelijk voor in savannegebieden, maar komt ook voor in bossen, bosranden en dorpen. Hij is o.a. te vinden in Nigeria, westelijk Kenia en Angola. In de natuur leeft deze vogel van zaden, aangevuld met insecten en blad van zachtbladige planten.

Bijzonderheden kweek en volière

Om de fluweelwever te houden is een ruimere voilière nodig met grote takken. In deze takken bouwt de fluweelwever zijn nest. Overige beplanting is niet aan te raden, omdat deze vogel de beplanting zal slopen. Ze kunnen goed overleven in een buitenvolière, maar het is wel wenselijk om een vrij toegankelijk nachthok te hebben die vocht en tochtvrij is. De fluweelwever kan vorst goed verdragen, maar bijverwarmen bij kou is aan te raden.

Dit soort is een temperamentvol type. Ze vormen in de vrije natuur vaak broedkolonies met de grote textorwevers en zijn wel redelijk sociaal. Als de volière groot genoeg is kunnen deze vogelsoorten dan ook gecombineerd worden, maar let wel op, beide vogels zijn territoriumvormend en kunnen agressief zijn. Wanneer het broedseizoen aan de gang is, zijn de mannen erg actief en druk. Het is wenselijk om de man met meerdere poppen te huisvesten, deze vogels zijn polygaam. Let wel op dat er geen kweek ontstaat tussen de fluweelwever en de textorwevers, dit is niet wenselijk.

De mannen bouwen in de kweekperiode veel nesten van bijvoorbeeld lange grassen. De nesten worden gebouwd in dode takken. De pop bekleed het nest met bijvoorbeeld veertjes of pluisjes. Er wordt ongeveer 13 dagen gebroed en er worden meestal 2 à 3 blauwgroenig gekleurde eieren. Alleen de pop zorgt voor het nest en de voeding wanneer er jongen zijn. Na ongeveer 18 dagen vliegen de jongen uit, ze hebben dan een grijzige kleur. Ze worden na het uitvliegen nog ongeveer 2 weken gevoerd door de pop. De man treed wel beschermend op richting de jongen. Meerdere nesten per jaar zijn veel voorkomend en de man kan meerdere poppen tegelijk onderhouden. Hij zal dan ook meerdere nesten bouwen wanneer er meerdere poppen gehuisvest zijn.

Voeding

De fluweelwever in de volière eet een gemengde zadenmix van tropenzaad aangevuld met grotere zaden, bijvoorbeeld in de vorm van voer voor tortelduiven. Daarnaast moeten ze voorzien worden van eivoer, voornamelijk in het broedseizoen, maar de rest van het jaar kan het ook in kleine hoeveelheid toegevoegd worden. Daarnaast kan het zaad aangevuld worden met insectenpathé en/of levende insecten zoals meel- en buffelowormen en spinnen. Voor de jongen is levend voer noodzakelijk. Ook vruchten zoals banaan, appen en sinaasappel worden goed gegeten. Daarnaast mag ook bij dit type vogel het grit, de maagkiezen en sepia niet ontbreken in het voer.